Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VER. TELLINGEN. 125

worden: want terwyl hy naar den zich noemenden compeer, die hem dit geroep nog ouophoudelyk nafchrceuwde, eindelyk één enkele maal nieuwsgierig omzag, hoewel hy intusfchen nog even fnel voortliep, had hy het ongeluk te ffcruikeleu, en in eenen, wel niet diepen, echter modderigen kuil te vallen. Nu was het met hem gedaan: dc duivel haalde hem fpoedig in; doch — men denke eens ! — in plaats van den agterhaalden, naar duivels'gewoonte, nog dieper in de weeke moeras te dompelen, om dus zyne arme ziel in haare zonden te doen omkomen, toog hy den byna verflikten fnyder vriendfchaplyk en indedaad gevaderlyk ujt den kuil.

„ Maar compeer! was het nu, — kent gy „ ihy dan waarlyk niet meer, of wilt gy my „ niet kennen?"

De uit den modder getogenen compeer beefde als eikenloof, veegde zich den flykuit liet gezigt, waagde eenen zydelingfchen blik 'naar zynen diens tvaardigen vervolger, en herkende in hem zynen wezenlyken compeer,--den fchoorflcenveegcr uit Punitz.

F 3 De-

Sluiten