Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cs)

kraamfter, doch zulk een perfoon was riergêns

te vinden; Myn God! zeide ik, watnii

gedaan ?

„ Waar wil je hebben j dat ik je breng, Jufvrouw?" zeide de koetzier. ;, Je moet zeggen , waar zoo ik kan voor zoo veel huizen niet ftilflaan."

De kaerel , dagt my, keek vreeslyk boos, en , terwyl de avond viel, was het voor my Ook noodzaaklyk een logement te hebben. Toevallig zag ik aan het einde dier zelfde nraat eert linnen-winkel, eii den winkelier aan de deur

liaan. Ik wenkte, en verzogt hem bymy

aan de koets te komen, vraagende, of hy niet zekere Jufvrouw Bennet kende, die een galanterie-winkel deed? „ De perfoon *

Madam," antwoordde hy met Zeer veel vriendelykheid , „ de perfoon, naar welke gy verneemt, is reeds meer dan twee Jaar overleden."

. — O die ondeugende Tante! dagt ik toert

by my zelve. „ Zy woonde hier vlak

naast myn deur, en myn vrouw was hare grootfle vriendin."

„ Eilieve, myn Heer," zeide ik, „ ik biet li , mag ik uw vrouw wel eens fpreeken?" — A 2 ij Zeer

Sluiten