Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is)

fchynt vry wat vermoeid: • ge zult, hoop

Ik, een kop thee met ons drinken, en in dien tusfchentyd zal men uw kamer in orde brengen.'* Geduurende deze kleine verfrisfching behandelde deze lieve vrouw my zoo beleefd, en dat zonder eenige de minde gemaaktheid, ja ik moet zelfs zeggen, zoo minzaam en teder, dat

my de traanen in de oogen fchooten. Het

bezef van den bedroefden toeftand, waarin ik

was de te leur Helling dat ik geen mensch

van dat huisgezin vond, waaraan ik gerecommandeerd was en dan nog het denkbeeld ,

dat ik, behalve eenige weinige guinies, die ik in myn zak had, van alle hulp beroofd was,— dit alles by elkander genomen trof my geweldig, en maakte my uitermate beangst.

„ Kom, kom," zeide Jufvrouw IVilliams — want zoo is de naam van myne vriendelyke hospita , „ kom, kom, wees maar gerust!" —

Zy dagt zekerlyk, dat ik om den dood van Jufvrouw Bennet fchreide. „ Ik heb de braa»

ve vrouw , aan welke gy gerecommandeerd waart, zeer van naby gekend; zy heeftbykans twintig Jaar naast myn deur gewoond, en is in myne armen geftorven." „ Als gy haar zoo lang gekend hebt, Ma.

A3 dam"

Sluiten