Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C io 3

„ Wel hede, Jufvrouw, wat zullen die arme fchaapen blyde zyn," zeide de meid.,, Ik denk niet, dat ze iets geproefd hebben na het geen

ze laatst van je gekregen hebben. Ik ga

de deur nooit vcorby, of die lieve kleine Jongen, die de oudfte is, komt voor den dag fpringen, om te vraagen, of ik niet wat voor hem heb —- want ik koop heel dikwils een koekje voor hem; en ga hem dat dan brengen."

„ Ta wel arme fchaapen!" hernam Jufvrouw JVilliams, terwyl een traan in haar oogen glinsterde. „ Ik wenfchte maar, dat de ongelukkige moeder zich zelve zoo bepaaldelyk niet

©piloot om de kost te winnen. Ja, zy is

de naarftigheid zelve! Goede God! kan

'er ooit een deernis * waardiger fchouwipel zyn, dan eene arme ongelukkige vrouw, die van dag tot dag, en'dat wel onder het lyden van zu]k een pynelyk ongemak, van zulk eene geweldige ongeneeslyke ziekte, voor hare lieve kleinen de kost moet winnen, met zoo veel onderwerping en geduld aan het werk te zien!

. waarlyk, lieve Juffer, dit gezicht is niet

om uit te houden i"

Dat

Sluiten