Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 16-)

ge het nu van daag?" vroeg myne hospita ; „ zyt ge wat beter, dan gister?"

„ Ik dank den Hemel," was haar antwoord; terwyl zy my met een zoeten glimlagch aanzag; „ ik heb eene zeer draaglyken nacht voor my gehad, Madam."

Ik kon myne traanen by dit aandoenlyk fchouwfpel niet bedwingen; doch nam, om dezen te verbergen, een lieve kleine Jongen,van omtrend drie Jaar oud, die op de grond lag te fpeelen , in myne armen, en liep met hem naar de fchuifraamen.

„ Gy ziet," vervolgde zy, „ ik heb het geluk , dat myn handen nog iets kunnen doen."

Nadat ik myne oogen had afgeveegd, keek ik eens rond,betuigde haar myne verwondering over haar vernuftig werk, en zogt een fchoone roozenknop, en mirten - tak uit, om aan myne waarde Lucia te vereeren , indien ik immer zoo gelukkig

ben van haar weder te zien. „ Wel Jufvrouw

Perrj" zeide ik vervolgens,,, Gy zyt een voorbeeld van naaritigheid." „Ja, gy moogt

wel zeggen," voegde myne miiiams 'er by, „ een voorbeeld van deugd in het algemeen,

en wel inzonderheid van geduld." „ Ach!"

viel zy zelve hier tusfchen in, „ Ik ben

Sluiten