Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(s8 )

Barkw, my in de reden vallende en haar hoofd fchuddende.

„ Ik vrees, dat zou een fober, afgebedeld be-

ftaan wezen! Maar wees niet neerflagtig;

wy zullen nog wel iets verzinnen. Kom

morgen maar eens weder, myn kind!—-Geloof my, ik heb eene vtiurige begeerte, om u in een goed beftaan te zien. — Een jongmenfch, zoo hulpeloos, zoo onervaren in de omflandigheden des leevens dit is op zich zelf genomen , ellende genoeg! " ik greep

haar hand, Lucia, en drukte die vuurig aan myne lippen.

Hierop kwam haar Doctor binnen, zoo dat ik verpligt was myn affcheid te nemen.

Ten hoogden onvergenoegd over my zelve en neerflagtig, ging ik heen, en heb tot dus verre aan u gefchreven. Hoe gaarne wenfchte ik wel, dat myn waarde vader zoo veel moeite piet befteed had, om my in de geleerde taaien

te onderrechten ! Het komt my nu voor,

dat Juffrouw Barlow's redeneering over dit ftuk

niet geheel ongegrond is. Met al myn

Latyn en Griekfch, dat ik nu ken , zou het my mogelyk vry wat voordeeliger zyn, dat ik aan het fpinwiel was opgevoed, of dat ik handfghoenen knoopen of koufen had kunnen Brei-

jen. Dan zeker zou ik in dezen tyd niet

tot

Sluiten