Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3i )

Jufvrouw Barlow bezoeken. Zoodra de meid gezegd had, wie hy was , zeide zy, „ wel nu Fanny, nu zult ge eerst regt voor den dag kunnen komen met al uwe geleerdheid; daar kosmt een man, die net zoo een liefhebber van ftudie is, als gy."

Daarop kwam een Predikant binnen , die 'er zeer wel uitzag. Nadat de gewoone complimenten over waren, en een dagelykfch discours gehouden was, nam hy myn Homerus in de hand.

Hy fprong achter uit, zeggende ,„ hoe,

vind ik hier Grieksch liggen?"

Jufvrouw Barlow grimlagchte, terwyl ik fterk

begon te bloozen. Daarop verhaalde zy

hem den korten inhoud van myn leevens - verhaal , en verzogt zyn byftand, in geval hy iets voor my mogt te weten komen; „ want," zeide de braave vrouw, „ ieder dag is 'er één,en myne zwakheid neemt hand over hand toe; en daarom wilde ik haar eerstwel degelyk bezorgd hebben."

Na deze redenwisfeling kwam uwe Fanny in een geleerd gefprek met den Heer Bar/ow, en wel over geen minder onderwerp, dan over het helden-dicht; deeze famenfpraak duurde meer dan twee volle uuren, en die goede Heer had

de

Sluiten