Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 32 )

de beleefdheid van te zeggen, dat hy zich ovef myne kundigheden verwonderde.

„Dat gaat góed, kinderen ,** zeide Jufvrouw Barlow, „ Gy zyt belden zoo geleerd; maar het is allegaar goed voor u alleen; ik kaii geen woord in het kapittel brengen." Barlow. ., Ja, Nicht, ik verwonder myovër

deze Juffer! (tot my) Mag ik

het geluk hebben, lieve Dame, omeenigen van

uWe fchrifteii te zien? (na dezelven

hier eh daar doorbladerd te hebben) Ver.

gun my, dat ik dezelven naar myn huis mede neem, om ze op myn gemak te lezen!" ïk. „ Gy doet my al te veel eer, myn Heer !*

• *• waarlyk , dees man heeft veel finaak, en

eene verbaazende geleerdheid. — doch gy behoeft voor my niet te vreezen, Lucia; myii hart is fchoot vry, hy is een oud man, die reeds gehuuwd is.

Barlow. „ Wel, Nicht, ais gy van deze lieve Jonge Juffer gemaklyk kunt affhppen, dan zou dit voor myne naaste buur, Me vrouw JFel-

wood,regt te ftade komen ! Gy weet, haaf

ganfche ziel is letterkunde, en zy heeft zelve

verfcheide aartige ftukjes gefchreven.

Toen ik haar de laatlle keer zag, zeide Zymy,

dit

Sluiten