Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel zeggen, dat zy met uwe arme Fahny al zó* wei in haar fchik is, als hare nederige dienares inet de vermaaklyke inwoonïng.

Ik heb een vry goed vertrek voor myn éigen gebruik, welk met een oud keurig tapyt behangen is: en myn ledikant is in een zoo ouderwetfchen fmaak, met twee beelden, manshoogte , aan het hoofd, en twee leeuwen, gebeeld houwd, aan de voeten , datik vastgeloof, dat het een pronk-ledikant is van den tyd van de goede Koningin EUzabeïh, en het ftaat zoo hoog van de vloer,datiknietzondermoeite,jagevaar zelfs, in myn bed kan komen. Ik

voor my vind altoos iets ontzaglyks en eerwaardigs in het befchouwen van de overbïyffelen der oüdhèid, Vermits zy ons altoos ernftig herinneren, wat wy zelveh binnen weinige jaaren ïyn zullen. -— Ais ik de damasten kleeden op myn tafel, en het oud keurig boordfel aan myn toilet befchouw, welk Mevrouw Welwoodzegt, dat door Dorothea TVelwood ten tyde van Jacolus den I ften gemaakt is, dan verwonder ik my met eene gevoelige verrukking over de konst en de naarftigheid van die vingers, die nu reeds in ket flof vergaan zyn! ~ Waarlyk, Lucia,

onze

Sluiten