Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t óï )

gëlcle orde; het gezelfchap in dezelven was allerkeurigst uitgedoscht: — en het laatst van allen volgde een nieuwe pragtige ftaatfie - koets met vier paarden befpanneri, waarvan koetfiers en knegts een met Zilveren boórdfels belegd liverey aan hadden; de koppen der paarden waren insgelyks met witte en zilveren linten verfierd , op eene zeer aartige wyze door een gévlogten. -— Dit rydtuig was ledig, en was waarfchynlyk voor het jonge paar gefchikt,

nadat de plegtigheid volvoerd was. Den

bruidegom of de bruid konde wy niet ter deege önderfcheiden, vermits 'er zoo veel voor ohs te zien en te bewonderen was, dat wy ons oog op één voorwerp niet bepaaldelyk konden vestigen. Op deze wyze ging de ftaatfienaar

de kerk, die wy vóór ons zagen, onder een verbaazenden toeloop van landluiden, die allen even vrolyk fcheenen.

„ Dat moet zekerlyk al van zeer voornamè luiden zyn," zeide Mevrouw Welwood, nadat

alles voorby ons was. en een oogenblik

daarna vroeg zy aan een landman, die voorby ging, „ waar hoort dat edel gezelfchap thuis?"

i, Hoe Mevrouw," antwoordde de mart ,

„ waar

Sluiten