Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 6*4 )

van groote middelen, dat kan ik aan al deórrb ïtandigheden wel begrypen."

h ®ie heer Betfbrd" antwoordde Mevrouw Afhley, „ is niet alleen één der waardigfte menfchen ; maar, gelyk ik met grond kan zeggen é één der volmaaktfte mans; —- hy heeft eeri verbaazend inkomen, maar hy heeft nog oneindig meer verdienften.

Op dit zeggen wierd ik wedér eene fterke beeving gewaar, en gevoelde ook, dat ik bloosde; doch ik bedekte dit met myn zakdoek.

„ Ik heb de bruid niet gezien ," hernam Mevrouw PFelwod, „ 'k ben zoo gelukkignietgeweest. (tegen my) hebt gy haar ook

gezien , Fanny; maar ik geloof dat gy al neen gezegd hebt." — Deze geringe vraag trof myn hart; doch ik antwoordde zoo goed als ik kon, „ Neen, Mevrouw." „ 'T was my zeer aangenaam , " ging zy voort, „ dar ik onder zulk een groot getal van landluiden zoo veel vrolyke wezens zag."

„ Dat kan zeer wel zyrt," zeide een edelman, die naast my zat, „ maar ik vrees echter, dat 'er één, en wel een zeer voornaam lid Van het gezelfchap, in plaats van vrolyk, zeer droevig geweest is."

Sluiten