Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 82 )

Het heeft dan, merk ik wel, uwe goedkeuring niet, Juffer Belton!'''' zeide zy met een zeer deftigen toon.

Daarop werd de tafel gedekt, en wy gingen aan het eeten ; doch in al dien tusfchen tyd zweeg zy geheel en al, en fcheen diep in gedagten te wezen. — Ik voor my ftond op het punt van bezwyming; zoo zeer was ik ontfteld; ik zag dat ik haar te veel gezegd had*

Dit diep ftilzwygen duurde nóg eenigen tyd na den maaityd; — toen echter de dienstboden heen waren, kon ik niet langer myne vrees verbergen , dat ik haar eenig ongenoegen had veroorzaakt. Ik vloog naar haar toe, en riep, 3, Ach , waardfte Mevrouw , zeg my, ben ik zoo ongelukkig geweest van u te beleedigen!"

„ My beleedigen!" — hernam zy , weder met een deftigen toon, — ,-, neen — daar bewaare my de Hemel voor!"

„ Ach Mevrouw!" zeide ik, ten uiterften ontroerd over hare onzagte behandeling, ,, het was immers uwe eigen begeerte, dat ik u myne opregte gevoelens zou mededeelen. —"

„ Dat is ook by uitftek wel," viel zy my driftig in de rede ; „ Ik heb my altoos verbeeld , Juffer Belton, dat gy tamelyk ver waart

in

Sluiten