Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(PO )

vrouw Baxter, * zeide ik, „ eïfchen van my, dat ik zuinig leef; ik heb hier hoegenaamd gee« ne vrienden , die my des noods helpen kunnen1'.

„ Wel lieve Juffer, " was haar antwoord , „ daar behoeft ge niet bekommerd over te wezen ' Zulk een aartig meisje, als gy zyt,-

kan in zoo een groote ftad als deze, zoo veei vrienden krygen , als ge maar hebben wilt".

Wat of zy dasr mede zeggen wilde , myn

waardfte? Ik vond hare aanmerking ai

vry kluchtig: ik geloof, datzy dit zonder

oogmerk zeide; Myn vader pleegde altoos

te zeggen, „ iemand zonder bewys te verdenken, is ruim zoo misdadig, als de ergfte leugen "

Ik biyf nog vry zwak; doch kom van tyd tot tyd zoo ver, dat ik het oog eens over myne fchrifren kan laten gaan: morgen denk

ik eens met fommigen van die by den een oï

anderen boekhandelasr te gaan, • Zoo dra

ik hier aankwam, heb ik aan den Heer Barlow myn vertrek van PFelwood- Abtdy berigt; dit

kwam my voor, dat ik doen moest, doch

tot nog heb ik geen antwoord.

Don-

Sluiten