Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C "7 )

miste zaak gehoord had, kwam zy my beklaagen over myn verlies, en bood my haar dienst, Ja zelfs haar beurs aan, terwyl zy wist, datik siiet alleen myn kleederen, maar zelfs al myn geld kwyt wasP

„ Kom lieve Juffer Beltan" zeide zy, laat ik u deze tien guinies leenen. — Of daar bebt ge een banknoot van twintig pond. —Gy Weet,myn kind,gy kunt zonder geld niet leeven.1*

;, Myn goede Madamriep ik uit, het geld" pp tafel leggende,,, waarlyk, ik kan geen geld van u leenen; want ik weet met of ik het ooit weder zal kunnen betaalen. —- Ik wil by de waereld niet gis eene hedriegöer te boek ftaan. — Waarlyk, Madam, gy moet my verfchoonen,"

j, Wel," zeide zy,„ ik heb nog nimmer eens zoo onnozele zwaarhoofd gezien, (hier tikte zy my op de Schouder) — En wat het betaalen aangaat, doe dat als ge wilt of kunt: — en al doet ge het nooit, ik zal even goed te vrede wezen, terwyl ik dan het genoegen heb van eene ongelukkige, die onfchuldig is, te hebben geholpen. . Daarenboven gy zegt,

dat ge het niet weérom zuh kunnen geven; maar vergeet ge dan niet, dat ge eerfidaags een zes of zeven honderd pond met uw vermklyk H 3 treur-

Sluiten