Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en door eerïyk — Nu gy zult zekerlyk morgen naar zyn Lordfchap medegaan " Ik

verzekerde haar dit, en daarop vertrok zy.

Na dat zy weg was, kwam Jufvrouw Baxter

boven: : deze beklaagde my zeer over myn

verlies, en bood my, terwyl zy insgelyks gehoord had, dat ik by deze dievery myn geld was kwyt geraakt, zonder eenige pligtpleeging vyf of tien guinies aan, „ Gy zyt eene zo3 goede jonge Juffer," zeide zy, „ dat het my van myn hart niet kan om u in ongelegenheid

te zien: en al kunt gy my dees maand

piet betaalen, ik zal even goed te vrede zyn.'*

Ik betuigde haar zeer ernftig mynen dank; . . doch wees haar vriendelyk aanbod, zoo als gy begrypen kunt, minzaam van de hand.

Myn laatfte zes Huivers heb ik zoo aanftonds aan papier en pennen, en een klein brood bdfteed, hiermede zal ik met onderwerping aart Gods wil my trachten te onderhouden, totdat ik in beter omftandighedenben. —*«* Armoede, myn Lucia, zonder wroeging van het geweten, is een zoo groot kwaad niet, ■ De ellenden zoo wel als de vermaaken des leevens be« liaan meeftal in de verbeelding.

„ Fyne wysgeerte 1" zult gy zekerlyk zeggen, H 4 Lucia,

Sluiten