Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mum gezeten hadden, of de knecht bragt aan Jufvrouw P.eers een verzegeld briefje, welk hy Zeide, zoo even door een -jnder manfperfoon gebragt te zyn, die gelaarsd en gefpoord was, en naar antwoord wachtte. —- Zoo als zy het gelezen had, riepzy, „ O Hemel, myn arme nicht te Hampftead is gevaarlyk ziek, en verzoekt, dat ik oogenbliklyk by haar kom. i

Ik hoop, dat uwe Lordfchap my zal verfchoonen» ~— Ik dien de lieve vrouw wel oogen-* bliklyk te helpen. —- Het is haar eerfte kind.

Ik vrees voor de gevolgen. Lees

het briefje maar hard op, Juffer Belton, als Mylord het begeert, want ik ben vreeslyk ont#

Held. Welk een droevig ongeluk!

Kom, Juffer Belton," zeide' Mylord, „ % jees het briefje eens voor! Wat is de inhoud? Gy zyt mogelyk te voorbarig geweest , Jufvrouw Peers". Het briefje was van den volgenden inhoud i Lieve Tante Peers! Met leedwezen meld ik u, dat myn vrouw van daag met ons rydtuig ongelukkig is omgevallen. zy heeft deerlyk gefchrikt, en na

dien tyd geweldige ftuipen gehad, en men denkt, da? hare arbeid reeds begint. — Ik H 5 ben

Sluiten