Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C Ï23 )

lykheid alleen te laten, foei, foei, Juffer

Belton, dit zou zeer onordentlyk zyn: blyf ten minften zoo lang, tot dat de thee-pot.aan kant is. ■ Nu, ik durf niet langer wachten ; ik loop maar fchielyk naarmyn logement, en/tot Mylord) mag ik u dan verzoeken, dat een koets my daar komt afnaaien." — Met dit zeggen maakte zy haar Compliment en ging heen.

Ik was by my zelve gantsch niet te vrede . dat ik met deezen edelman alleen wierd gelaten, te meer, daar hy zelf (dit heb ik nog vergeten u te zeggen) met Juffrouw Peers 'er zeer fterk

op had aangedrongen, dat ik blyven zou: !

en echter was 'er, in aanmerking genomen de naauwe vriendfchap, die wy hielden, geeneonvoegzaamheid fa gelegen. Ik was evenwel by my zelve beducht voor iets, daar ik geen reden van

kon geven. Onder het thee-drinken maakte

zyn Lordfchap, zoo my toefcheen, meer complimenten , dan ooit te voren. Na de thee

haalde hy een dichtliuk van my uit zyn zak, waar van het opfchrift was, Ode aan de vriend* fchap: hier op viel het volgend gefprek voor.

Mylord. „ Wel, Juffer Belton, ik moet u voor de vuist zeggen, ik ben verrukt over uwe ode. —

doch

Sluiten