Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ^6 3

beftaan? —— Wat hebt gy voor wysgeerigë gekheden in uw hoofd? Gy zult op een bovenfte verdieping van enkel water en brood leeven , niet waar? Kom, myn kind, deel

my uw fyn uitgeplozen wysgeerig famenftel

eens mede; ik geloof, dat gy tot de ou-

derwetfche philcfophen behoort, en de armoede als geen kwaad befchouwt." Ik, „ De armoede, Mylord, kómt my zoo min voor de grootste ramfpoed, als rykdom de groot/ie zegen te wezen. God bewaare myvoor erger tegenheden, dan de armoede! Hoe fmartelyk my het bewuste verlies zy, behoef ik echter al myne Iydzaamheid niet te hulp te roepen, om my daarin te vertrooften. — Maar als wy in ftaat zyn om onze ingebeeldde behoeften ter zyde te ftellen, dan hebben wy eigenlyk gefproken maar zeer weinig nodig» Waarlyk, Mylord, ik kan het vriendlyk aanbod van uwe Lordfchap niet aannemen.-" Hy, „ Gy zult by eigen ondervinding wel zien, juffer Belton, dat uw ftelfel van water en brood op den duur niet zal doorgaan." Ik „ Ik bezit echter, Mylord, nog zoo veelom my van te onderhouden, dat duizende armen zulks weelde zouden noemen."

Op

Sluiten