Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C w)

ll •

deling niet, omdathyindezyd-kamerwas.^-s 1 De knecht hielp my in de koets, en bragt my aan myn logement. _ Ik behoef u niet te zeggen , dat Mylord dëh koetzier reeds had doeri betaalen; dit kunt gy zelve wel gisfen, en dit Was zeer gelukkig voor my, terwyl ik by het fchryven dezes gèën ftuiverm de waereld heb-F Wat moet fik nu van dezen Loródenken, Lu*

dal Gy iuli mogelyk zéggen, dat ik nog

geene waare reden tbt misnoegen gehad heb: — maar ik moet u evenwel erkennen, dat zyne achting by my zeer verminderd is En echter,

êyne aanbieding der banknoot was zeer edelmoedig.

Misfchien zult gy hiy vraagen, wat is 'er in

zyn gedrag, dat u vreemd voorkomt?

Wel, vriendin, vooreerst, zyne koddige gedagten over het ftuk van vriendfchap; en dan ten tweeden, zyne hevige ontfteltenis en de zonderlinge trekken in zyn gelaat, toen zyn broeder kwam, eri toen hy niet wist, hoe gaauw hy my maar van de vloer zou krygen. ——- Is de vriendfchap van dezen edelman ten mynen aanzien volftrekt belangloos, en is zy enkel ingericht om eene ongelukkige te helpen, waar-

Sluiten