Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 167)

Met eene vervaarlyke gretigheid keek het arm fchepfel het geld aan, terwyl zy op een toon, die my het hart doorboorde, uitriep, ,, God zegene u!" ■ „ Ik zal al voor u doen,** zeide ik, „ wat in myn vermogen is .

hebt gy wel kleederen genoeg? ««—Als gy

my uw adres geeft, zal ik u wat linnen en nog het een en ander doen toekomen."

„ De Hemel vergelde het u!" riep zy:

— „ al wat ik in de waereld heb, is reeds beleend:

dit oud gefcheurd kleed, dat ik aan heb ,

heb ik zelfs van iemand ter leen, die met my in het zelfde akelig hol haar verblyf heeft."

Zy gaf my haar adres, welk ik met myn pot* loot opfchreef. Het was in een groente-winkel in Hog-Iane-, ik twyffel 'er niet aan, ofzy zal daar ellendig woonen. —— Daarop raakte ik met haar in een zeer ernftig gefprek over het

gevaar de fchandelykheid en her.

misdaadige van als een hoer te leeven. ■ By het heengaan beloofde ik haar den volgenden avond by het linnen nog wat meer geld te

zullen zenden, * Zy wrong my de handen1,

en beloofde my zeer plegtig, hare vorige leevenswyze te zullen vaarwel zeggen. En

L 4 BS*

Sluiten