Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 183 )

ik uwe fterke wysbegeerte zeer fpoedig op ee»

zwaare proef zou kunnen zetten. Zoudr

gy waarlyk heiland zyn tegen allerleie noodlottigheden , daar gy in deze fchoone ode zoo

aandoenlyk van fpreekt? Denkt gy, dat

het noodlot reeds alle de pylen uit zyn koker tegen u heeft uitgefchoten ? " Ik. „ Ik denk zekerlyk Ja, dat ik de grootfte onheilen ondergaan heb, welke deze waereld

aanbrengt, uitgenomen het misdadige." ;

Dit zeide ik grimlagchende, en op denzelfden toon, waarin hy gefproken had. Benfon, zyn hoofd fchuddende, „ Ach , lief meisje, -— gy weet nog niets van het egte noodlot. -— Ik zou u de zaak beter kunnen ophelderen." —— hier zweeg hy weder eert poos, en na met de vuist op zyn voorhoofd geflagen te hebben, ging hy voort. — „ Ja 9 beter ophelderen! —— doch die verwarring!

ik moet het ontdekken — ik moet het ontdekken, ■» en hoe eerder hoe beter 1" Ik, kern fierk aanziende en by de handvattende.

„ Om Gods wil, myn lieve Benfon, watge* heim hebt gy te ontdekken? ■ Men zouuit uwe houding en uw zeggen haast opmaaIfên , dat gy iets fchriklyks te ontdekken hadt.

• M 4 — Wel-

Sluiten