Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 180 )

«foen, of ik raak in de gevangnis. 1 Aanmaanden Maandag moei ik naar myne Schuldei-

fehers, of gevangnis, gevangnis!

zeg my, wat moet ik doen?"

i „ Wel," zeide ik, mynen moed hernemen* de, „ ik heb by myn bankier nog omtrendvyftien honderd pond." ■ „ en uwe annuïteiten," viei hy my zeer bedaard in de rede, „ zouden voor de andere duizend kunnen die. nen,"

Op dit zeggen, myn' Lucia, werd ik geweldig ontroerd, dat hy zoo gereedelyk op zulk een middel bedagt was: Ja nu vloog het bezef van myn volftrekt bederf my in 't aangezicht»

Maar om niet langer op deze jammer-

lyke zaak ftil te ftaan, zy het genoeg u te zeggen , dat ik hem myn gantlche rykdom heb ten

befte gegeven; dezen laatften nacht heeft

myn echtgenoot myne annuiteiten voor duizend pond verkogt. — Maar nu, helaas! ben ik weder armoedig! — en dit, vrees ik, is nog niet eens het ergfte van het geval. Ik vrees, dat

de man een fchriklyke ligtmis is. Wat zeg

ik, vrees? Zyne opvoeding, eene

zekere losheid, waarmede ik nu duidelyk befpeur, dat hy de ernftigfte onderwerpen, zoo

als

Sluiten