Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *01 }

2ïns benaauwde. Hoe fnood Benfon ook

was, had ik echter de tegenwoordigheid van geest niet, om aan Juffer Edwards te ontdekken , dat hy myn man was.

Denk eens, welk een avond ik hier fleetf

■ Ik was zoo afgetrokken van gedagten,

dat noch de fchoonheid der mufiek, noch de grootsheid van het geheele tooneel my één oogenblik kon vermaaken.

Myn vriendin had, zoo als ik u te voren zeide, myn man nooit gezien. zy zag hem

nu voor het eerft onwetende, en zeide zagtjes y „ Nimmer heb ik zjoo fchoon een wezen gezien ! ■ ik bid, u, welke oogai! —

kyk eens, Fanny, welke fprekends trekken!

welk een geftalte/ ik verzeker u,

zulk een man zou ik in myn leeven nog wel

willen hebben." . Ach, Lucia, ftel u

eens voor, wat ik by dit alles lydenmoest!

De trouwloze Benfon en zyne ontuchtige minnares hadden het veel te drok met elkander vuurig toe te lonken, dan omdoordeaandoenlykfte mufiek van de waereld getroffen te worden , of zich met het overige gezelfchap te bemoeien. Maar al had dit zoo niet ge-

Weejt, hy had echter niet kunnen zien, datik N 5 het

Sluiten