Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 220 )

een moordenaar eindelyk de eenige zyn zal, dien men misdadig zal noemen. — Hoe verre helaas! is het gekomen, wanneer zulke kleine zwakheden noodzaaklyk tot het karakter van een fatzoenlyk man behooren»

Frydag.

Bemon is eindelyk aan de béterende hand;

doch hy vordert zeer langzaam. - Heden

morgen kwam 'er een brief, met een vrouwen hand gefchreven. — Welk een post vooreen vrouw, om aan haar man een brief van zyne minnares —— want zoodanig een was het zeker — te geven! dit deed ik echter. —

De bewuste ziekte heeft ons geld tot op één

guinie verminderd/ • Al het geen ik van

myn werk af heb, heb ik aan een boekverkooper verkogt voor een Som, die niet noemens waardig is, en op het oogenblik ga ik myn beste kleederen byeen pakken om te verkoopen.

Ach, Lucia, nu eindelyk is de tyd gekomen dat uwe Fanny arm, volftrekt arm is. — He.' laas! hoe fel zyn de wroegingen eener laate, en dan meestal ydele bekeering! — Vaarwel! heb medelyden, en bid voor

Uwe ongelukkige Vriendin, F. B,

N. Bi

Sluiten