Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c m >

DRIE-EN-DERTIGSTE BRIEF.

15 van Maart,

A ch, Lucia, welk een droevig lyden heb ik

~- zedert myn laatften moeten ondergaan/

En welke verrukkende troost heb ik met dat alles uit die edele beginfels van eenen christelyken heldenmoed gefchept, die ons in Haat Hellen om het kwaad zelfs met goed te vergelden! — „ Maar, Fannyzult gy zekerlyk zeggen , „ laat alle die zedenkundige bedenkingen achter weeg, en kom maar tot het wezenlyke van de

zaak!" Welaan dan , myn' waardfte, ik

zal aan uw verzoek voldoen, voor zoo verre het de verftrooijing myner gedagten zal toelaten.

In het flot van mynen laatsten meldde ik u ;

dat zeker Heer my kwam fpreeken. Het

was een goede kennis van myn echtgenoot,de , Heer Brooks, die my kwam zeggen, dat hy zyn verblyf in de ftad hield.

„ Ach r\

Sluiten