Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 220 )

„ Ach!" zeide ik, „ waar is hy? komt

hy haast thuis? —— Is hy nog gezond? — Ik heb hem reeds in eenige weeken niet gezien."

De Heer Brooks zweeg ftil. Dit deed

my aanftonds" een ongunstig vermoeden opvatten: ik vroeg in drift, waar of toch myn echtgenoot ware ? Na lang talmen zeide hy

eindelyk, dat het hem leed W2s, kwaadetyding te brengen; doch dat hy my moest berigten, dat de Heer Benfon nu ruim een week geleden in de Had gekomen, doch by zyne aankomst gevat was, en al dien tyd by de geregts - dienaars had moeten zitten.

„ Goede God!" zeide ik, „ laat ik geen oogenblik verliezen om hem te helpen. Ik

zal naar hem toevliegen met dat weinigje geld, welkiknogbezit, en welk mogelyk tot afiosfing

van zyne fchuld zal ftrekken: Ach,zeg

my toch, waar is hy? Is hy gezond? —

ïk zal hem oogenbliklyk bezoeken."

Brooks, op een zagten toon. „ Het doet my

leed, Madam, dat ik u moet zeggen——maar

gy moet weten: Kortom, myn Heer

Benfon is ziek Ja bedlegerig: daags

nadat hy op eene fchelmachtige wyze gevatis, heeft eene geweldige koorts hem aangetast. _

Doch,

Sluiten