Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jhad ik u moeten melden, dat, zoo dra hy h oor» ide, dat zyn vrouw hem was komen bezoeken, jby van fchrik was opgevlogen.

„ Hoe vaart gy, myn Heer Benfon T* zeide ik. "■ 1"* „ ïk breng u uw kleine Lucia om eens te zien — en ik zelve, zoo dra ik hoorde, dat gy in hechtenis zat, ben komen

vliegen om u te helpen. >— Waarlyk, ik

heb u wat goed nieuws te vertellen : ik heb een beursje met geld medegebragt, welk ik hoop, dat u uit dit akelig verbiyf zal verlosfen. ï)e Heer Brooks heeft my gezegd, dat de fchuld, die u dit onheil gebrouwd heeft, niet jroot is.**

JJy. „ Ach myn Fanny! ó gy uitmun¬

tende vrouw ! Ik ben uwe goedheid onwaardig !M

Ik hield hem vervolgens het kind voor, welk

3ry kuste, en in zyne armen nam. Dit

kwam in onze wederzydfche ontmoeting, die Sliet zonder ontroering gefchiedde ,zeer wel te pas, te meer nog, daar een derde, zynde dat Sief jong meisje, hier by tegenwoordig was. — Zoodra ik in de kamer trad, ging dit lieve fchepfel voor de raamen ftaan, ziende my «Sao eens met fchaarate, dan eens metbevreem-

ding

Sluiten