Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33* )

of van honger en kommer vergaan ï —— zeg

my - zeg my, waarlyk ik bid het u, —

waar woonen de ouders van dit ongelukkig meisje?"

Ik wilde voortgaan | doch zy trad de kamer

ja, Benfon ftond op, want hy was reeds zoo

ver, dat hy weder gaan kon, en riep haar aan

het venfter. ■ Hy praatte met haar iets, -

dat ik niet verftaan kon. Daarop namen

wy eenige verfrisfching van het geen ik had mede gebragt. — Ik zelve had die ook hoog-nodig, vermits ik fiaauw was van kommer en vermoeidheid, en daarenboven den vorigen dag, door de ontroering wegens het be» rigt van den Heer Brooks, geen yoedfel over myne lippen had gehad.

Na dat ik alles, wat totfhet arrest behoorde, betaald had,belastte ik een draagftoel voor Benfon. ■ Ik takelde hem zeer zorgvul* dig toe, op dat hy geen koude zoü vatten, en terwyl ik dit deed, merkte ik, dat het arme meisje deerlyk ftond te fchreien. - Dit deed my fterk aan: — Ik vergat myn eigen leed, en luisterde naar de infpraak van myn haru —■ dit hart zeide my, dat het ongelukkig fahepzel toe «en nog erger kwaad sou vervalV 4 l«Ja

Sluiten