Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 244 )

voor het uiterlyke zeer minzaam; doch hy was menigmaal geheele dagen van huis; en als hy des avonds uit was, 't geen zeer dikwyls gebeurde , kwam hy zelden thuis vóór zeer last in den mcht. —— Ik verdroeg dit alles met ge« duld, en vroeg hem nergens na. Nacht-en dagt arbeidde ik met de pen, zynde dit ons eenig, fchoon waarlyk bedelachtig, beflaan. Omtrend dezen tyd werd ik op zekeren avond, dat ik in eenzaamheid op onze droevige om* Handigheden zat te peinzen, zeer aangenaam verrascht met een brief van Jufvrouw Edwards, die u reeds door myn vorig fchryven genoegzaam zal bekend wezen. Zy fchreef my,

dat zy met haar vader voor zyne gezondheid naar het zuidelyk gedeelte van Frankryk zou vertrekken; — Vervolgens gaf zy op eene zeer voorzichtige wyze te kennen, dat zy gehoord had, dat ik met tegenfpoed worftelde, en verzogt my derhalve zeer vriendelyk, dat ik de ingefloten banknoot van vyftig pond van haar als een har-

telyk affcheid zou aannemen. In het na-

Ichrift op dezen minzamen brief raadde zy my, dat ik deze kleene fom, zoo als zy het noemde, tot myn eigen gebruik tegen eenrampfpoedigen dag zou bewaaren. Doch, hoe voot-

zich*

Sluiten