Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C H7 )

zdde ik, „ zal om twee uuren thuis wezen."^ „ Dat weet ik wel beter, " gaf de meid tot antwoord, „ dat weet ik wel, dat onmogelyk is; Zy kunnen volftrekt zoo vroeg niet weder te rug zyn."

Terwyl ik my verbeeldde, dat zy zich met het woord Zy verfprak, gaf ik geen verder acht op haar zeggen: — maar hoe groot was myne verwondering, dat, zoo als ik aan het ontbyt zat, met myne lieve kleine op myn fchoot, de vrouw van het huis de kamer kwam inftuiven, en my • zeer bits toeduuwde, dat 3, het haar ten hoogften fpeet, dat zy zoo lang met my bedrogen was; - dat zy haar huis niet in verachting wilde gebragt hebben; — en dat zy ook dochters had, die haar Jaaren hadden.

Ach, myn lieve Jufvrouw Turner," zeide xk, „ waartoe,bid ik u,moeten alle deze aan^

merkingen dienen? fpreek toch, mag ik u

bidden, dat ik u verftaan kan."

Daarop gaf zy my het fchriklyk berigt, ——< Hemel! leef ik nog, om zulks te fchryven! — dat Benfon met een Dame, die zy my noemde , naar Frankryk was vertrokken, — en dat >.y gezegd had, dat ik zyne egte vrouw niet

\

Sluiten