Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 253 )

had 2 ïk eens — ach, lieve Dame, help

my de gefchiedenis myn er ongevallen herjnneneren. ——— Heb ik niet een kind gehad ? —

Haai- naam was, meen ik ik meen, haar

naam was Lucia"

„ Hier viel zy in myne armen weder in eene

z&gte fluimering. Ik vreesde, dat myn

fnikken en fchrèieri haar zou verftooréa; doch

zy fliep een geruimen tyd achter elkander:

daarop wakker wordende, keek zy my zeer ernftig en met kennis aan, roepende zagtjes, „ Ach, vriendin! myn' Lucial O genadige Hemel, ik dank u!" — en op dat zéggen haar hoofd zagtjes op myn boezem drukkende, ontfliep zy, zelft zonder dat ik het bemerkte.

Mogt het lot dezer deugdzaame doch rampfpoedige Vrouw eene waarschuwing

Zyn v o o r d e V r o u we l y ke S e xe , dat zy en tyd en bekwaamheden niet verkeerdelyk besteeden; ■ eil dat zy den huwelyks - staat niet onbezonnen aanvaarden! — Doch

hier omtrend verdere aanmerkingen te maaken, laat ik aan myne Lezers zeiven over.

EINDE van het TWEEDE LAATSTE DEEL.

Sluiten