Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«44 W. FOLKERSMA, GENEES-

In het eerfte geval is by volbloedigen eene rutme aderlaating dienftig, met een buikzuiverend middel, zo als ik by de ontfteeking gezegd heb: uitwendig kan warme karnemelk meestal met vrugt op 't oog gelegd worden , of doekjes in een mengfel van water en azyn natgemaakt, of de herhaalde wasfching met koud . water, of met een weinigje jenever of brandewyn verdund. Deeze alle zyn veelal in ftaat om de ontfteeking weg te neemen; doch dreigt de ontfteeking tot verettering over te gaan , dan is eene aanlegging van pap uit kruim van brood, in zoetemelk geweekt en met wat faffraan vermengd , ten hoogden dienftig. Niet zelden is de aanvoer en zinking der ziekte-ftof op de oogen zo geweldig, dat men verpligt is andere middelen te kiezen, welke in de keuken en kelder niet gevonden worden.

In 't tweede geval, wanneer iets onverhoeds in 't oog komt, is het ten hoogften noodzaakelyk dat het zelve door een kundige hand , indien 't moogelyk is , 'er worde uitgenoomen ; behandelende de nagebleevene ontfteeking als 'in 't eerfte geval.

In 't derde geval, is de voorgaande behandeling allernoodzaakelykst. Verders konnen in alle ontfteekingen der oogen, het aanbrengen van de damp van water, 't aanleggen van zakjes uit ftyfzel en camfer, als meede 't volgende in aanmerking worden genoomen:

1 5»

Sluiten