Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEREENIGDE NEBERLANDËN. 287

op werden twee Randen Guflaaf Willem van Imbojf, en Maurits van Aarden, aan het Hoofd van eenige Manfchap ter Stad uitgezonden, om een gedeelte van den woesten hoop, die tot aan Tanabang en Bmcasfy, niet verre van de Stad , genaderd was , te verdry ven» welk ook gelukte, fchoon eene andere party een buitenpost, de Qual genoemd, overweldigde. » In de Stad was men midlerwyl

op zyne hoede ; 't Volk werd in de wapenen gebragt, en de Cbineezen werden gelast, om na zonnen ondergang geen licht te branden, het hoofd niet ten venfter uit te fteeken, veel min zïg op ftraat te vertoonen. — Intusfchen werden eenige dsgen in merkJyken

onrust gèfleeten. Den agtften ©dtober

hadden eenige Cbineezen de ftoutheid, zig onder het gefchut van de Stad te vertoonen , welk, op hun losgebrand zynde, hen fpoedig deed verftuiven , veelen hielden zig toen verzekerd, dat die van binnen 'er kennis van gehad, en die van buiten hulp verwagt hadden. — Daags da tr aan begon men toen tegen de Cbineezen, fchuldig of onfchuldig,

eene

Sluiten