Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< i6 >

Wit mijn Juffrouw mij gebieden, 'k Doe terfiond het geen' zij vraagt:

Zoo kan ik den twist ontvlieden, Daar men dikwijls over klaagt;

Want de pligt van Knegt of Meid, 7

Eischt altoos gehoorzaamheid. j

Komt 'er eens een' dag van flooven,

Ik betoon geen, fluurs gelaat; Moet ik wasfchen, kooken, flooven..

.'k Stel mij daartoe vroeg in flaat; Overleggend', zorg ik dan, 7 ^ Dat ik 't al vcrrigten kan. j \±j.

Knort mijn Juffrouw, 'k fpreek nooit tegen, Maarak zwijg, en werk fteeds voort:

'k Weet, dit zijn de beste wegen, Waar door men de twisten ftoort,

'k Denk ik ben zoo min als zij, ï ■

Zuiver van gebreken vrij. jf

Dikwijls komt 'er tijd van vreugde,

En dan is zij dubbel goed; Zij leert mij ook nutte deugden,'

Schenkt mij troost in tegenfpoed; 'k Dank dus God, elk avond uur, 1 ^ Voor zijn liefderijk befluur. j

J. H. Ca.

Sluiten