Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 4^ >

De bloei van 't lieve Vaderland!

Het heil der Maatfchappij! De rijken handel op Levant!

De nutte Koopvaardij! —Wij wenfchen, dat het Amfterdam,

De zenuw van den Staat, Daar Koopvaardij haar' zetel nam,

Altoos gezegend gaat.

4

Kom aan, nu vergenoegt van zin,

Gaan wij te zaam aan boord, Zoo vaaren we Amftels Koopftad in;

En vrolijk ongeftoord, Gaan wij dan, zonder 't minst gedruis,

Ordentlijk met elkaêr, Blijmoedig naar 't Oost*indisch-IIuis,

Daar iegt ons geldje klaar.

*

En, is daar onze beurs gevuld,

Dan fcheiden wij van een, Men wacht ons t'huis met ongeduld;

Niet ziviefen! zeker neen ! Dat past een braave Zeebonk niet,

Vol wind langs ftraat of gragt, Zo als men meenge losbol ziet.

Van ieder mensch veracht,

Sluiten