Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *d >

■k ,Mag li Ier bij ook nog gedenken,

't Was geen driftig liefde-vunr., Dat mijn hart aan hem. deed fchenkcn.»!

Neen 't was liefde, der Natuur ; Bij het meerd'ren onzer Jan ren..

Volgen wij des Scheppers wet: Die gewild heeft dat wij paaren, £

üp het kiufche. ^iuwlijks he.d; {

'4

Hij', dien Schepper, is te gader,

Meester van der fchepf'len lot; Ja een' al verzorgend' Vader}

Een oneindig goeddoend God! Hij wil ook dat we op Hem wachten;

En zijn gunst kent paal noch perk, Als wij onzen pligt betrachten,

Zoo in Godsdienst, als in Werk.

; ■ ■ . - M + •

Zou ik dan nog zorgend wéezen,

Voor'een wet die God ons gaf? Neen! dat altoosdrukkend vreezen,

Ban en weer ik van mij af! Hij die tot mijn lentedagen,

Mij goecigunfiig heeft gebragt, Zal mij nog wel verder draagen,

Daar ik biddend op Hem wacht.

Sluiten