Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 19 >

Lieve Geurtjens, blijde Kleurtjens, Lagchen ieder vrolijk toe; „Veld- en Vee- en Akkerlieden, Worden nooit dien wellust maé\

Donder - vlaagen, zijn geen plaagen,

Maar verfrisfchen 't gansch heelal; En, na het geloei der ftormeh, Schenkt gij vreugd' langs berg en daï.

Zoete Vruchten, vol genuchten, Geeft ge ons liefd'rijk dag aan dag;

Zou ik dan, ö Schepper! treuren, Daar 'k uw heil genieten mag.

Zaligheden! met Gebeden, Kniél ik voor uw aanfchijn neêr;

Zijt en blijft, ö Albehoeder! In uw' Zoon, mijn' God en Heer.

J. K

B 2

Sluiten