Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 24 >

Wanneer wij hen, die onfpoed lijden,

Bij deernis onze hulpe biên; Geen zorg, gevaar noch moeite ontzien, Om hen van rampfpoed te bevrijden, Hen geheel ons hart dus toewijden; Geeft dit een zoet —■ aan ons gemoed, Waar alle zoet — voor wijken moet; Fn 't houdt ons hart, En 't houdt ons hart, Altoos bevrijd van fmart, Iris;

Hij, die fteeds met wanguriltige oogen, Zijn' evenmensen 't geluk benijd,

Vergaat door opgekropte fpijt:

Maar hij, die 't groeiende vermoogen, 5t Heil van andren blij' kan gedoogen, Die fmaakt een zoet — in zijn gemoed, Waar alle zoet — voor wijken moet; En 't houdt zijn hart, En 't houdt zijn hart, Altoos bevrijd van fmart, bis.

Sluiten