Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< i8 >

■Ééns toch moeten w' allen iterveïï,-

En verhaten 't aardsch geluk; Wij verwisf'len dus ons leeven,

Met genoegen, of met druk; Dit, dit moet ons hart bereiden,

Tot de waare Christen deugd; Zoo wijIdezg wel betrachten,

S tree ven wij naar hemel-vreugd'! —«

;' ' ♦

Wil isf ó God! op aarde Ieeren,

Dat mijn ligchaam keert tot ftofj Dat g' een ziel mij hebt gegeeven,

Tot uw' nooit volpreezen lof; Dat ctie ziel moet Jezus vinden,

Als Verlosfer vol van heil; Schenk mij dien, ó eeuwig Wezen!;

Uwe liefde kent geen peil.

Vlieg dan hcenen , dagen! ~- jaaren ï

Voer mij zachtjens naar dan dood; d! Dan zal ik rust genieten, • Die 'k hier nimmermeer genoot! Vrolijk zal ik d' aard' verlaatenkw .

Als -ik haare broosheid ken; leer in' ó God! och, leer mij dervenf , Jpaax & nog, in % lesven ben.! —

Sluiten