Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 22 >

j&ecds dekt de fchemering dees aard' f

En d' avondfter verfchi,nt; Zij flikkert fchi.tt'rend, met heur glans f Jot zij aan den azuuren trans,

Yoor ons gezicht verdwijnt! r-r tweern

lm fiert het ganfehe fterrenheir,

't Verheven luchtgewelf; Haar glansrijk licht, verward mijn oqg, H Zijn waereiden, die ik omhoog,

Begluur, ~~ 'k verlies mij zelf! —? tweern. \±,',

Dcez allen bragt des Scheppers hand Qok door haar Almagt voord; rr

£ij wand'lcn op heur glorie baan?

£?od doet haar op- en ondergaan,

Door zijn beveelend woord. tweernf.

Leer mij, ó God! uw groote daên

Befchouwen dag aan dag; Leer mij uw gadelooze mag:, Pie 't fterrenheir, met meerder pragt-

Verfiert, dan 'k föimer zag!

Sluiten