Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 42 >

Nooit kwetst hij, door zijn taal, mijn oor*

In alles wat hij zegt Straalt eerbied voor de kuischbeid door.

Hij 's vrindlijk en oprecht, Hij 's vrolijk, doch niet woest of wild. 'Wel fpaarzaam, doch, als'tzijn moet, mild,

En gul. en gul. en gul.

De menfchen, daar hij me£ verkeert,

Zijn onbefproken liên, Die hem, daar hen zijn deugd vereert,

Oprechte vrindfchap biên, Zijn mindrén, zijn zij braaf van aart, Acht hij zijn hand en vrindfchap waard', Altijd, altijd, altijd.

'k Schonk hem dus, zonder vrees, mijn hand, En met mijn hand mijn hart;

Opdat hij , door dit onderpand, Een eind' zie aan zijn fmart.

Zo kan ik, met mijn' lieven vrind,

Wanneer de huwlijksband ons bind, Met recht gelukkig zijn.

Jan Focrman.

Sluiten