Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'< 44 >

Is een meisje vrolijk, levend',

Spraakzaam, lagchend', gul van aartj Vaak, in kleinigheên, toegevend';

In gezelfchap lief en waard'; Dit 's genoeg, om haar te doemen,

Voorbeen' lagen Hipokriet, Die fteeds de önfchuld fclmld durft noemen,

Doch dus doet de liefde niet. Bis.

Dikwïls bij een' vrind te komen,

pie een lieve weerhelft heeft, Word ligt avrechts opgenomen.

Wijl dit ft of tot lastren geeft. Schendbrok zegt: Dat die verkeering

Nergens tanders om gefchied, Dan tot vrouwtjes diverteering.

Doch dus fpreekt de liefde niet. Bis.

*

Richt men zijn gedrag en gangen,

Naar het voorfchrift van den tijd, Om een rein beftaan te erlangen,

Schoon de deugd hier niet door lijdt; è Dan is men ftraks een draaijer,

Die alléén op voordeel ziet, Bij den wreevlen onrustkraaijer.

poch dus noemt de liefde 't niet. Éis,

Sluiten