Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 4<5 >

Zien wij blijden voorfpoed vluchten;

Taant de zon van ons geluk; Smoort het hart zijn bange zuchten,

Bij 't vermeerdren van den druk; Dan baart liefdloze oordeelvelling

't Kwijnend hart het wreedst verdriet, En, bijna ondraagbre, kwelling.

Doch dit doet de liefde niet. Bis.

*

Liefde, uit hemelsch zaad geboren,

Denkt nooit van den naasten kwaad; Zij zal niemands rust verflooren,

Daar zij gruwt van broederhaat; Zij tracht elk tot deugd te wekken,

En, daar zij gebreken ziet, Zal haar fluijer die bedekken;

Zij verbreid de misdaên niet. Bis.

Och, of elk haar dierbre wetten

Toch zorgvuldig name in acht! Dan zou haat geen deugd befmetten,

Dan wierd 's Naasten heil betracht. Mogt Gelijkheid zegepralen,

Waar nu trotfche waan gebied! Dan zou 't menschdom adem haaien,

En men kende 't onrecht niet. Bis.

Jan Voorman.

Sluiten