Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

864 E. j. T. a THUESSINK, GENEES-

kommer, dog meer van den meloenfmaak heefc. Jn warmere lugtftreken , daar ze natuurlyk valt, word dezelve in heece koortfen en ontftekingen veel gebezigd, waartoe men ze ook hier te lande, genoegzaam aangekweekt, gebruiken konde.

Meloen. (Cucumis Mek. L.) Boerhaave(ö) denkt dat deze vrugt, omdat zy een fpeceryagtige reuk en fmaak heeft, verwarmt, het bloed aanzetten zelf bloedwatering veroorzaakt. De groote man fchynt hier op een zeer valfche vooronderstelling gebouwd, en deeze uitdekende vrugt ten onregte befchuldigd te hebben. Het overvloedig zoet, en zagt oplosfend fap fchynt niet dan verkwikkende en verkoelende eigenfchappen te bezitten , waarom de natuur dezelve ook in war* mere lugtllreken, met een milde hand, heeft uitgedeeld. Borellus heeft alleen door het overvloedig eeten van meloenen iemand van tering genezen. In een fterken vloed van aambeijen heefe men zetpillen van meloenen en komkommers, als verkoelende en temperende middelen te voren aangeprezen.

Tot, deeze klasfe zoude men ook gevoeglyk kunnen brengen alle de vrugten, die een overvloedig wateragtig fap met zig voeren, als kersfen, druiven, aardbezjen, perfikken en diergelyke,welke

voor-

OO Hht. plant, qua in hort. Ac. Lugd. Bat. crestp h 5H*'

Sluiten