Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m È. J. T. a THUESSINK v GENEES-

tantia met het zekerde rut in uitwendige beledigingen, wanneer door dezelve de deelen verzagt, en de fchadelyke indruk'felen der lugt en andere uitwendige oorzaken worden afgeweerd. Eindelyk kan men van deze middelen gebruik nrken in huidziekten , uitflag , droogheid der huid, fplytingen en kloven van het vel, in ontaardingen en verhardingen der huid, en klieren onder dezelve gelegen.

Omtrent de werking niet alleen, maar zelf ook omtrent de gevallen, waarin deze emollienüa lubrfc cantia zouden kunnen gebezigd worden, zyn de hedendaagfche Geleerden het niet volkomen een?. De Heer citllen, en. eenige andere Engelfche Geneesheeren, zyn van oordeel, dat de verzagtende middelen althans niet verder dan het darmkanaal werken kunnen , en dat dus alle deze middelen alleen in ontvellingen of gebrek aan flym en olieagtige deelen.in de eerde wegen, en verder ook uitwendig, van eenig nut kunnen zyn. Dan deze ftelling fchynt my toe alleen op een al te ver getrokkene theorie te deunen, en word door de ondervinding geheel en al weerfproken: immers is het zeker, dat in raauw-en heeschheid der borst, in deen , graveel, in ontfteking der nieren en pisbuis , flymagtige af kookfels meer dan, enkel warm water uitvoeren, en dat wel degelyk , de gom-, olie- en flymagtige deelen, in de gemeené masfa der vogten opgeflorpt, hier ook hare uit-

wer-

Sluiten