Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

886 E. J. T. a THUESSINK, GENEES-

den. Uitwendig veiflappen zy de fpiervezelen, zy verminderen de ftyf heid der vaste deelen, en nemen derzelver krampagtige zamentrekking weg, zy bedekken de zenuwen en fpiervezelen, die van haar opperhuid ontbloot zyn, tegens de uitwerkingen der lugt. Zy dringen door hare vloeibaarheid dieper door, dan de boter en het vet. Dan zy zyn fchadelyk in roos, kwaadaartige zweeren, en zuivere wonden , dewyl zy een aanhoudende verettering veroorzaken.

Alle de oliën hebben dezelve kragten, de olyfen amandelolie worden meest inwendig ais de zuiverde en meest verzagtende gebruikt, waarom zy in hoest , inwendige fcherpten en ontvellingen worden aangeprezen. De lynolie word meest in klysteren gebezigd , en in de- pisbuis en vaginaals een verzagtend middel ingefpoten. Men prysc zeer deszelfs kragt in kolykpynen en zelf pleuru. De olie van cacaonoten word boven de andere verkozen, om dat zy niet zo ligt fterk word; men bezigt ze zeer veel in kloven der tepels by zogende vrouwen, en in aambeijen.

Boter. Koomt in kragten met de vette oliën overeen. Zommigen verkiezen egter ongezoute boter boven de oliën in zinkinghoesten en buiklopen , en vooral ook na het onvoorzigtig nemen van vergiften. Uitwendig beftryken zommige moeders het tandvleesch der kleine kinderen met boter, om dit zagt te maken en het uitkomen der

tan-

Sluiten