Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soo E. J. T. a TMUESSINK, GENEES-

Omtrent de adflringerende middelen moet ik in 't algemeen aanmerken, dat zommige uit het ryk der ddfftoffen, andere uit het plantenryk getrokken worden, en dat de kragt vooral in de vaste deelen fchynt te huisvesten ; ja zorrmige Scheikundigen denken, dat dezelve vooral in derzelver aardagtige deelen moet gezogd worden , en hierom willen zy , dat men ze zo veel mogelyk in fubftantie, poeder of conferf toediene.

Daar nu de grootfte kragt op de maag en eerfle wegen word uitgeoeffend, moet men wel zorgen, dat men door al te grote giften niet een groter kwaad veroorzake , door de natuurlyke ontlastingen te floppen, en hierom is het beter kleine, dog herhaalde giften , toe te dienen. Wanneer men adftringentia niet gevoeglyk in een vaste form kan geven, denkt neuman, dat het best is, dezelve in tinctuur, op wyn of wyngeest afgetrokken, toe te dienen.

Deeze middelen werken fpoedig en kragtig, en koomen dan te ftade, wanneer 'er eene algemeene flapheid van het fpier- en vaatgeftel aanwezig is. Dog men hebbe wel in agt te neemen, dat deze niet uit verftoppingen moet voortfpruiten , war.? neer zy de ziekte eer verergeren dan verbeteren zouden; dewyl deze zeer vermogende mid-> delen, door een al te grote zamentrekking te maken, dikwyls den loop der vogten door de fynfte butjes verhinderen , de wateragtige deeien verdik-

Sluiten