Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<,26 E. J. ï. a TI1UESSINK, GENEES-

naar de gewoonte der Schryvers dezelve in klasfen kunnen verdelen, en hiernaa ook onze geneesmiddelen inrigten. Dan wy moeten eerst bewyzen, dac dezelve waarlyk aanwezig zyn, zal onze behandeling eenige nuttigheid hebben.

De oude Geneesheeren kenden byna geene gebreken der vaste deelen ,. zy fchreven alles aan taaije, of flymerige vogten, gal of fcherpte toe, en nog hedendaags worden deze woorden dikwyls zonder zin gebezigd, om zyne onkunde nopens de ware natuur der ziekten te bedekken.

De latere Geneesheeren, vooral die uit de fchool van den groten hoffman en gullen zyn voortgekomen , vervallen in een ander uiterfte, en leiden1 alles van het levensbeginfel af, zodanig dat "zy alle ontaardingen der vogten genoegzaam ontkennen, of ten minften dezelve alleen als gevolgen der ziekten van de levende vaste deelen befchouwen. Het is ontegenzeggelyk , dat de vaste en vloeibare deelen in zulk een verband met elkander ftaan, dat de tegennatuurlyke gefteldheid der eenen ook fchielyk eene ziekte der anderen moet te weeg brengen; of dit dus door de eene eerst word uitgewerkt , doet weinig ter zaake.

Genoeg is het dat wy bewyzen dat 'er waarlyk

ziekten der vogten zyn.

De vogten hebben zo wel een levensbeginfel,

als de vaste deelen, dog zeker hebben zy dit in een

minderen trap; dus zouden wy reeds van te voren

zeg-

Sluiten