Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

97o E. J. T. a THUESSINK, GENEES-

vogren uitwendig te bepalen, enz. In de verlamming der tong kan men gefloten mostaardzaad, als een prikkelend middel, op dezelve leggen.

Kool. (Brasfica Oleracea. L.)' De kool behoort voorzeker onder die fpyzen gerekend te worden, welke uitflekende geneeskundige kragten hebben. De gewoone witte kool (Brasfica ca* pitata alba. L.) is moeilyker te verteren, wateriger, fmakelozer, en daardoor ligter winden veroorzakende, dan de andere foorten. Allen bevatten zy een zoecagtig, min of meer fcherp, zeepagtig waterig vogt, het welk een oplosfende kragt bezit. Dan vooral dient hier geroemd te worden, de voortreflyke kragt der zuurkool , welke uit dezelve door gisting bereid word: immers is het door de herhaalde proeven der zeelieden gebleken, dat 'er geen middel zo vermogend is tegens den zee-fcheurbuik , als de zuurkool, welke daarom thans ook zo wel op onze , als de Engelfche fchepen in menigte, ter voorbehoeding van deze verwoestende ziekte, gebruikt word. De Ouden hadden veel op met de kool als geneesmiddel, en fchreven aan dezelve niet alleen oplosfende, maar ook pisdryvende en verzagtende vermogens toe, waarom zy ook vooral in kolyken en borstziekten geprezen werd. De bloemkool (Brasfica botrylis. L.) word voor de gemaklykfte om te verteren gehouden. Alle hedendaagfche Geneesheeren intusfchen verkiezen de roode kool (Brasfica Sa-

bel-

Sluiten