Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en HEELM. uit KELDER en KEUKEN. 1037

gebezigd. Uitwendig word overal de olie als een anodynum in kolyken op den buik gefmeerd, en in lamheid en verzwakking der ledematen aangewend. De laurierbesfen worden ook nog hedendaags in alle uitflagen, en vooral het" fchurfc, met reuzel gemengd, uitwendig gebruikt. De Ouden bezigden ze in kolyken, rheumatieke pynen, hoesten , geluw, en tering, en dropten de olie in het oor, in doofheid en hardhorigheid.

Muscaatnoot. (Myristica Mosfchata. L.) De muscaatnoten fchynen den Ouden onbekend geweest te zyn , ten minften vinden wy 'er geen gewag van gemaakt voor de tyden der Arabieren. De fmaak en reuk is byzonder geurig en ftrelende, de reuk heeft iets bedwelmende , en de fmaak fchynt ook een krampftillende kragt aan te duiden. Hoffman verhaalt, dat men door het te menigvuldig gebruik der muscaatnoten flaperig en dronken word, het welk ook door het getuigenis van bontius en lobel bevestigd word. De muscaat heeft de prikkelende en opwekkende kragt der overige fpeceryen in een overvloedige mate. Dog zy word over het algemeen boven dezelve geagt als een windbrekend en krampftillend middel, het welk byzonder de brakingen bedaart. Hoffman kent geen zekerder middel, om de walging en braking der zwangere vrouwen te bedaren, dan dir. Voor 't overige word de muscaatnoot in alle koude aandoeningen der zenuwen en hersfenen , en in Vvv 5 ver-

Sluiten